Ja, ja, het is gelukt. We mogen trots zijn op die 5 tennissers, die met volle overgave in de Voorjaarscompetitie hun talenten hebben laten zien.

 

Wie zijn dan wel die 5 tennissers? Juist, v.l.n.r. op de foto Henk Spijkerman, Henk Aarden, Ed Konieczek en Herman Schiphof. Op de foto ontbreekt Pierre Krebbers.
Zij hebben de afgelopen 2 maanden bijna alle wedstrijden tot een goed einde weten te brengen met als uiteindelijk resultaat het kampioenschap. Daarom mogen de spelers best even in het zonnetje worden gezet, voor het voetlicht worden gehaald, in de schijnwerper staan. De laatste wedstrijd in Vledder bracht het beoogde resultaat. Tja… en dan wil je graag weten hoe ze de competitie hebben ervaren.
 
Henk Aarden: “Het was in Vledder heel gezellig. Aardige mensen, gewoon prettig. Ik vond het leuk om aan de competitie mee te doen. Ja, ik werd wel een beetje fanatiek. Ik ging zelfs naar de tennistraining op de donderdagavond. Ik kreeg daar dan wat tips om mijn spel te verbeteren. Leren om ballen dieper te slaan enne….. wat beter serveren. En dan lachend er uit flappend: Dit was de eerste keer  in mijn leven, dat ik kampioen werd.” Een feestje gebouwd? “Ja zeker. We hebben er wat op gedronken. Maarre… niet te veel. Ik werd echt niet laveloos van die paar drankjes. Ik heb er maar twee gehad.” Naast het tennis vindt Henk het leuk om zo nu en dan mee te doen aan een trimloop. Een afstand van 10 km is geen probleem.

Herman Schiphof: Hij is de captain van het team en regelt echt alles. Als je aan tennis en Amelte denkt, dan denk je al snel aan Herman. Bovendien weet hij zijn ploeggenoten te inspireren tot grootse daden. Maar als je hem vraagt hoe hij dat eigenlijk doet, dan is het even stil. Hij lacht dan wat en zegt dan: “Hoe ik dat doe, nee, nee, dat vertel ik niet. Dat geef ik niet prijs.” Maar ja,  wel met het team de titel, “DE HOOFDPRIJS” pakken. Knap!! Wel maakt hij duidelijk, dat het heel belangrijk is, dat je  heerlijk ontspannen staat te tennissen enne…. een boogballetje kan geen kwaad. “Soms moet je het een beetje slim aanpakken.” Het tactisch vernuft is duidelijk aanwezig. Daar kan geen misverstand over bestaan. Trouwens, tijdens de rustpauzes na elke 2 games een seniorenmoment. Even wat drinken, babbelen, kletsen. Gewoon leuk. En Henk Spijkerman? Die gooit er af en toe een mop tussen door.

Henk Spijkerman: Captain in het leger (Landmacht). Al weer heel wat jaren geleden. Nu dus geen captain, want er kan maar een de captain zijn en dat is Herman. Henk weet de bal prima te raken en heeft wel heel duidelijk zijn steentje bij gedragen aan het succes van het team. Regelmatig tovert hij schitterende acties uit de hoge tennishoed. Ook goed in staat om de bal die nog niet de grond heeft geraakt voluit met z`n racket snoeihard in te slaan. Een compliment is op z`n plaats. Een enkele keer gaat het ook wel eens mis. Dan mept ie - hij kan er zelf wel om lachen – de bal ongeveer het park uit, maar met hem in de ploeg moet het volgend jaar toch weer mogelijk zijn om een gooi te doen naar het kampioenschap.

Pierre Krebbers: Een steunpilaar voor de ploeg. Altijd eerlijk. Als de tegenstander de bal tegen de achterlijn slaat dan is het voor Pierre duidelijk. “Die bal is in. In is in.” Soms als grap roept ie “uit” (tegenstander fronst de wenkbrauwen) gevolgd door “stekend”. Heel vaak weet hij op fantastische wijze te scoren. Echt, dan kom je er als tegenstander niet meer aan. Een enkele keer moet je ook wel eens een beetje om hem lachen. Het gebeurt af en toe, dat hij van plan is om te scoren. Meestal lukt dat, maar soms slaat ie de bal in het net. Tja, dan hoor je hem mopperen en kun je een glimlach niet onderdrukken. Hij zegt dan: “Waarom doe ik dat nou? Dat moet ik toch niet doen. We geven het weg!!!”

Ed Konieczek: Ed valt meteen op. Hij draagt altijd van die prachtige gekleurde fluorescerende sportschoenen. Dat maakt indruk. Altijd positief aanwezig. Hij geniet van het spelletje en als het eens niet zo goed gaat, dan wordt zijn humeur er niet door beïnvloed. Tussen neus en lippen door geeft hij aan, dat wanneer hij met Herman samen speelt ze proberen het spel van de tegenstander te ontregelen “Toen we kampioen werden, heb ik thuis nog wel even een neut genomen,” vertelt hij lachend. Ed doet ook niet moeilijk, als tijdens een wedstrijd na een lange rally niemand meer weet wat de stand is. Is het nou 15-30 of 30-30 of 30-40? Dan merkt hij heel droogjes op: “We hebben misschien allemaal een beetje last van Alzheimer Light.”

Nu weten wij wel bijna zeker, dat ze volgend jaar weer mee zullen doen aan de Voorjaarscompetitie. En Amelte? De verenging wenst hen heel veel tennisplezier en dan opnieuw een kampioenschap???
Wie weet, misschien lukt het.

 

Kláááááááááááááááááááááááááááááááááár.

Roelof Koning.